Hoofdstuk 1

Deel 1: Het mannetje met het rode jasje
Waarin de beer de muis ontmoet en leert om door te zetten.

Op een zomerse morgen rees de zon langzaam over het groene veld. Aan de rand het veld, vlakbij een stromend beekje, stond een klein grijsstenen huisje met een rieten dak. Uit de schoorsteen kwam al een dun rookpluimpje dat verdween aan de hemel. Binnenin het kleine huisje was een nog kleiner keukentje met potten en pannen overal op het aanrecht en op de grond. Te midden van al het kookgerei zat Bambino aan tafel zijn ontbijt te eten. De warme bessenjam droop van zijn boterham over zijn kin tot aan de grond. Het was een prachtig begin van de dag.
Na het ontbijt, dat voor Bambino altijd korter duurde dan hij hoopte, besloot hij om rondom zijn huisje het pad te vegen. Hij had pas twee stappen buiten gezet, de bezem over zijn schouder geslagen, toen Bambino in de verte, ver weg over het grote groene veld, een schitterende regenboog zag staan. De regenboog stond heel erg trots, alsof hij wist dat zijn kleuren fel en betoverend schenen tot aan landen waar zelfs de regenboog nog niet eerder van had gehoord.
Bambino stond roerloos te staren naar de kleurenboog, zijn benen voelden te zwaar om te bewegen. In de warmte van de zon, die zelf ook wel een beetje onder de indruk leek te zijn van de prachtige regenboog, gleed Bambino langzaam in een heerlijke zomerse dagdroom.
Plotseling schrok Bambino wakker door een schel geluid van heel dichtbij, vanachter zijn huisje, vlakbij het beekje. Voorzichtig liep hij rond tot aan het kleine waterradje dat zijn grootvader nog had gebouwd. Daar, in het hoge oevergras, hoorde Bambino hetzelfde schelle geluid, maar nu veel luider. Hij snoof de warme lucht op in de hoop te ruiken welk dier dat geluid maakte, maar hij rook niets anders dan het gras en het water.
Toen, heel snel en onverwachts, schoot er een figuur uit het gras naar voren en stond pal voor Bambino. Door het felle zonlicht kneep de beer zijn ogen een beetje toe en zag een vreemd klein mannetje voor zich staan, gekleed in een rode broek en bijpassend jasje. Het mannetje had een bolhoed op, waaronder
lange blonde krullen tevoorschijn kwamen, en in zijn hand een paraplu die hij als een wandelstok vasthield.
‘Goedemorgen, mijn waarde heer Beer,’ sprak het mannetje met rappe tong. Bambino kon zijn ogen niet geloven. Waar kwam dit ventje vandaan? Het mannetje wachtte niet tot hij teruggegroet werd, maar ging op hoge snelheid verder met zijn verhaal:
‘Heb je ooit gehoord van een geheim, zó geheim, dat het het best bewaarde geheim der geheimen is?’
Wederom wachtte het mannetje niet op antwoord.
‘Wat is voor iedereen hetzelfde? Precies, iedereen is zo hebberig als ik weet niet wat! Nou, beste Beer-heer, waarom zou iedereen niet wat van zijn weelde kunnen delen met anderen? Zie je die regenboog daar in de verte?’
Bambino draaide zijn hoofd langzaam en keek over zijn schouder over de velden. In de verte schenen de trotse kleuren van de regenboog. Zonder iets te zeggen, bewoog Bambino langzaam zijn kop op en neer.
‘Welnu,’ ging het mannetje verder die haast leek te hebben, ‘zou het niet zo moeten zijn dat die regenboog ergens, ook al is het ver weg, een einde heeft?’
Bambino ging door met knikken.
‘Mijn geheim aan jou is om dat einde spoedig te vinden, want daar zal je iets vinden van grote waarde!’
Bij die woorden leek Bambino uit zijn roes te komen, geprikkeld door het vooruitzicht van een geheime schat. Voor het eerst sinds zijn ontmoeting met dit waarlijk aparte mannetje wist hij iets terug te zeggen:
‘Vertel eens, kleine man, wat voor een waarde heb je het over? Ligt er soms zilver of goud daar begraven?’
Het kleine mannetje kreeg een ondeugende blik in zijn ogen, glimlachte mysterieus en maakte een kleine buiging. ‘Tot ziens,’ sprak hij en sprong terug in het hoge oevergras. Bambino vroeg zich af of hij niet alles had gedagdroomd. Op dat moment nam hij een moedig besluit. Hij zou op pad gaan op zoek naar die geheime schat. En of het nu zilver of goud was dat hij daar zou vinden, overal zou hij bekend staan als de dappere Koning Beer.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten