Hoofdstuk 2

Met een luide klap trok Bambino de deur van zijn huisje achter zich dicht. Hij had enkel een klein rood koffertje bij zich met daarin wat eten en drinken voor onderweg. Veel meer heb ik vast niet nodig, dacht Bambino, onwetend dat hij ongelijk zou hebben. In flinke pas liep hij het pad af richting het westen. Na een poosje hoorde hij het kabbelen van het beekje niet meer en iets later kon hij zelfs het rieten dak van zijn huisje niet meer zien als hij over zijn schouder terugkeek.
Zo liep Bambino in de stralende zomerzon richting de altijd kleurige regenboog. Insecten vlogen langs hem heen, die zich misschien wel afvroegen waar die kleine beer, met dat grappige rode koffertje, zo gehaast naar toe ging.
Toen Bambino aan zijn rechterkant een groot graanveld passeerde, kon hij de regenboog plotseling niet meer zien. De volgroeide graanstengels torenden zo hoog boven hem uit dat hij nu zelfs in de schaduw liep. Bambino moest op zijn tenen gaan staan om nog net een glimp van de buitenste rode boog op te vangen. Het zou vast beter zijn om rechtstreeks naar de regenboog toe te lopen, in plaats van het pad te blijven volgen, redeneerde de avontuurlijke beer. Zonder te twijfelen sprong Bambino over het hekje en begon met zijn poten het stugge lange graan aan de kant te duwen. Zo maakte hij zijn eigen pad, dwars door het graanveld. Het was zwaar en vervelend werk omdat het graan minstens een meter langer was dan Bambino zelf. De volgroeide stelen waren loodzwaar. Bambino’s poten begonnen rood te worden van het zware werk en elke stap deed pijn aan zijn voeten omdat zij over de scherpe bladeren moesten lopen. Bambino was van plan zich weer om te draaien om alsnog het gewone pad te blijven volgen. Het zou misschien wel een omweg zijn, maar wel veel gemakkelijker om te lopen. Ineens hoorde de uitgeputte beer een vreemde stem. De pieperige stem klonk een beetje boos, maar ook nieuwsgierig en kwam van ver boven het graan vandaan.
‘Nou, nou, nou…wat hebben we hier Jan? Een kleine beer die aan het ploegen en ploeteren is door mijn land? Wat zou daar precies de bedoeling van zijn? Weet hij niet dat zo al het graan kapot gaat?’
Bambino keek omhoog, maar zag alleen maar graan voor zijn ogen hangen. Zijn vermoeide poten duwden het langzaam opzij en toen pas zag Bambino een donkere schim boven zich uit torenen. Hij voelde een rilling door zijn rug gaan toen zijn ogen die van de donkere schim troffen. De duistere gedaante zag er imposant en gevaarlijk uit, zo staande in de zon met zijn armen wijd gespreid. Twee gemene felle ogen glommen in het midden van het donkere gezicht. Het leek alsof er op het hoofd een veel te grote muts stond. Bambino wilde dat hij zich kleiner kon maken zodat hij zich kon verstoppen. Hij wilde zich omdraaien en er snel vandoor gaan. Terug naar het veilige pad. Terug naar huis. Terug naar het rustige beekje en de lekkere ontbijtjes. Waarom moest hij toch zo nodig de dappere beer uithangen? Waarom moest hij per se goud en zilver vinden? Hij had zo’n goed en rustig leventje, maar nu was hij goed in de problemen geraakt. Kon hij nog maar ontsnappen! Maar het was te laat, hij was betrapt in het graanveld. Het was vast de boer die boos was omdat al het graan kapot was gedrukt door het pad dat Bambino gemaakt had. Voorzichtig liet Bambino het graan los en hij wilde zich omdraaien om zich zo snel mogelijk uit de voeten te maken.
‘Wacht, alsjeblieft, wacht kleintje!’ sprak de pieperige stem. ‘Ik wil je geen kwaad doen, absoluut niet, integendeel zelfs!’
Bambino stopte en draaide zich om, een beetje verbaasd door het gesmeek. Voor een tweede keer haalde hij het hoge graan weg voor zijn ogen en keek nogmaals naar de donkere schim. Zijn ogen raakten langzaam gewend aan de felle zon, en Bambino zag wat hij de eerste keer door zijn angst niet had opgemerkt. Domme bange beer, dacht Bambino bij zichzelf. Waarom was je toch zo bang? De schim was helemaal geen boze boer. Niet eens een persoon van vlees, botten en bloed. Hij had dan wel gespreide armen en boze ogen, maar deze waren slechts voor de show. De donkere schim zou zelfs de grootste moeite hebben om Bambino achterna te rennen. De dappere Bambino trok het graan nu weg tot aan de grond en stond oog in oog met Vogelverschrikker Jan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten