In de vroege avondschemering van de derde dag lag het piratenschip De Mitten voor anker in de baai van een klein eiland. Het zou niet lang meer duren voordat het volkomen donker was, doordat de bewolking de maan en sterren bedekte. Kapitein Zucchero was samen met Paco en Rico de laatste voorbereidingen aan het treffen om dadelijk in een sloep het laatste stuk te roeien tot waar El Tesoro Oro nietsvermoedend in het rustige water lag. Het plan was om stiekem aan boord te gaan, de bemanning te overmeesteren en Kapitein Galleta gevangen te nemen. Bambino en Nola waren voor de zekerheid opgesloten in hun hutten. Maar wat de katerpiraten niet wisten, was dat Bambino tijdens het avondmaal gedroogde pruimen in zijn broekzak had gestopt en toen hij later deed alsof hij naar het toilet moest, had Bambino het slot van zijn deur volgepropt met de pruimen, zodat het niet dicht kon klikken. Nu hij alleen in zijn hut was, kon hij zonder moeite de deur openduwen en Nola bevrijden met de sleutels, die hingen op een haakje in de hal. Door het raam zag hij drie schaduwen in een klein bootje wegroeien van het schip. Er was geen tijd te verliezen. Snel draaide hij de zilveren kaarsenstandaard een kwartslag, stormde het geheime kamertje in en haalde de paradijsvogel uit haar kooi en rende het dek op. Hij gaf Nola het zakje vogelzangzaad mee en zette haar tussen de gele vleugels in. Direct steeg de paradijsvogel de lucht in. Nola leidde haar naar het andere schip toe. Ver onder haar, in het donkere water, zag ze de kleine vorm van de sloep varen. Over tien minuten zouden de katerpiraten het andere schip bereiken, maar de paradijsvogel vloog snel en voor Nola het wist, landde ze op de boeg van El Tesoro Oro. Ze sprong van de rug van de vogel af en rende het dek van het schip over. Ze bonsde op de deur van de kajuit van de kapitein, die ze gemakkelijk herkende doordat het de enige deur was waarop een wapenschild stond afgebeeld. De deur ging open.
‘Wat moet dat? Ik had toch gezegd dat ik niet gestoord wilde worden!’ klonk een blaffende stem. Nola keek omhoog en zag een grote gestalte met trouwe hondenogen omlaag kijken.
‘Pardon kapitein,’ sprak Nola snel, ‘maar ik heb geen tijd om iets uit te leggen. Kom mee. Snel!’ De kleine muis rende terug naar waar de paradijsvogel was geland. Kapitein Galleta was zo verbaasd over wat er allemaal gebeurde, dat hij meteen achter de muis aanholde. Toen zag hij, tot zijn verbazing, dat de muis aan een vogel enkele zaadjes voerde. Zodra de zaadjes op waren gegeten begon de vogel te zingen:
Midden in de nacht, zo kalm, zo stil,
Is een piraat onderweg die u ontvoeren wil.
Hij nadert aan de noordzijde en is niet alleen,
Hij zint op wraak voor zijn houten been.
Kapitein Galleta wist genoeg en rende terug naar zijn kajuit. Nola zag hoe hij haastig vier matrozen informeerde en hoe ze allemaal op verborgen plekken plaatsnamen aan de noordzijde van het schip. Zelf verborg ze zich samen met de paradijsvogel zo goed mogelijk uit het zicht. Het was nu volkomen stil. Wanneer zouden de katerpiraten aan boord komen? Het bleef stil. Misschien kwamen ze toch van de andere kant? Wat als de paradijsvogel ongelijk had? Maar toen zag Nola drie touwen met een haak aan het eind over de railing vliegen en even later klommen Kapitein Zucchero, Paco en Rico aan boord. Ze hadden nog geen stap gezet of de chaos barstte los. Kapitein Galleta schreeuwde dat de katerpiraten zich moesten overgeven en hij en zijn matrozen kwamen tevoorschijn met hun wapens. Maar Paco en Rico wisten vliegensvlug hun zwaarden te trekken en stormden op de matrozen af. Kapitein Galleta sprong op Kapitein Zucchero, maar de katerpiraat dook op tijd weg en nu stonden ze tegenover elkaar terwijl de zwaarden kletterden. Nola durfde niet te kijken. Het gevecht duurde een aantal minuten en na afloop lagen twee matrozen bewusteloos op het dek. Maar de andere twee hadden Paco en Rico overmeesterd en vastgebonden. Kapitein Zucchero had zijn zwaard verloren en gaf zich met veel tegenzin over. Kapitein Galleta liep uitgeput op Nola af en stak zijn zwaard terug in de schede.
‘Hoe kan ik je ooit bedanken?’ vroeg hij met een glimlach.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten