Hoofdstuk 14

Bambino staarde door de nacht over het kalme water. Nola was nu al ruim een uur weg en Bambino begon zich een beetje zorgen te maken. Plotseling zag hij in de verte een bootje zijn kant op komen. Niet veel later kon hij Nola herkennen. Ze zat naast een onbekend, maar imposant, persoon. Toen het bootje was gearriveerd klommen Nola en de onbekende persoon aan boord. Bambino was dolblij de dappere muis weer te zien.
‘Mijn naam is Kapitein Galleta,’ sprak de onbekende persoon op vriendelijke toon en stak een grote poot uit. Terwijl Bambino die schudde, bestudeerde hij het trouwe gezicht met twee lange oren, een spitse snuit en grote bruine ogen.
‘U moet een Labrador zijn,’ zei Bambino na een poosje.
‘Precies!’ antwoordde Kapitein Galleta. ‘Maar kom, ik zal je alles vertellen wat er is gebeurd in het afgelopen uur. Je mag dankbaar zijn dat je zo’n dappere vriendin hebt als Nola!’
De kapitein vertelde het hele verhaal precies van begin tot eind en Nola praatte enthousiast mee over het spannende gevecht tussen de twee kapiteins.
‘En nu wil ik jullie beide uitnodigen op mijn schip, als gasten, totdat we terug in de Haven zijn. Dat zal een dag of drie duren, maar daarna zijn jullie vrij om te gaan,’ besloot Kapitein Galleta.
En zo begonnen drie dagen vol met overheerlijke maaltijden, spannende verhalen die verteld werden en veel ontspannende spelletjes. Bambino en Nola voelden zich erg thuis op het schip van Kapitein Galleta en hoopten dat er aan hun tijd op El Tesoro Oro geen einde zou komen, maar laat op de avond van de derde dag schreeuwde één van de matrozen vanuit het kraaiennest: ‘Land in zicht! Ik zie de Haven!’
Een uur later waren ze aangemeerd en bracht Kapitein Galleta de gebonden katerpiraten aan wal. Hij bracht ze direct naar het gebouw van de sheriff dat zich vlak achter de Haven Markt bevond. Ook al was het nu al bijna middernacht, de sheriff was nog volkomen wakker en liep glimlachend op zijn gasten af.
‘Kapitein Galleta, dat is lang geleden zeg! Wat kan ik voor je doen?’ vroeg de sheriff, een ervaren Schapendoes, enthousiast.
‘Nou, Jim,’ antwoordde de kapitein terwijl hij de katerpiraten vooruit duwde, ‘drie nachten geleden wilde deze Kapitein Zucchero mijn schip enteren, mijn bemanning overmeesteren en wraak op mij nemen. Weet je nog wat een jaar geleden gebeurde toen ik hem bij die marktdiefstal betrapte? Ineens trok hij zijn zwaard en begon te vechten. In alle chaos struikelde hij en er viel een zware ton met vis bovenop zijn been. Op drie plekken gebroken. Na een vervelende infectie werd het been afgezet en vervangen door een houten poot. Kapitein Zucchero heeft mij altijd de schuld daarvan gegeven.’
‘Ja, dat weet ik nog heel goed,’ antwoordde de sheriff, ‘maar vertel eens precies wat er drie nachten geleden is gebeurd.’
Kapitein Galleta legde uit hoe Bambino en Nola hem gered hadden door de paradijsvogel te sturen en hoe dapper ze zich hadden gedragen terwijl ze gevangen waren geweest door de katerpiraten. Ook vertelde hij hoe ze door de acht ruiters waren ontvoerd en waren verkocht op de Haven Markt.
‘Die ruiters zijn me bekend,’ sprak de sheriff opmerkzaam, ‘ik heb vaker geruchten gehoord dat ze plunderen en stelen, maar ik heb ze tot nu toe nooit kunnen pakken omdat er geen bewijs was. Ik zal nu mijn beste mannen naar ze laten zoeken, en we zullen niet rusten voordat we ze te pakken hebben.’
Bambino en Nola voelden moed door hun lichamen stromen toen ze hoorden dat de sheriff achter de ruiters aan zou gaan. Gerechtigheid. Hij zou ze toch zeker wel weten te vinden? En ook die gemene Kapitein Zucchero ging samen met Paco en Rico de gevangenis in! Bambino was zichtbaar opgelucht, maar ook erg moe na alle avonturen en nu merkte hij plotseling dat het al diep in de nacht moest zijn. Vermoeid dutte hij langzaam weg op zijn stoel. Kapitein Galleta zag het gebeuren. ‘Ik denk dat het de hoogste tijd is voor deze twee om te gaan slapen. Ik zal ze vannacht aan boord onderdak verlenen. Morgenochtend kunnen we dan feestelijk afscheid nemen. Goedenacht, sheriff.’
Kapitein Galleta nam Bambino en Nola in zijn sterke armen en droeg ze beide naar zijn schip. Maar Bambino en Nola merkten hier niets meer van, ze waren al in een diepe slaap verzonken en droomden over een regenboog en een gouden schat.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten