Hoofdstuk 10

In de schemering van het kampvuur, waaromheen de acht ruiters in opperbeste stemming aan het eten en drinken waren, slopen Nola en Bambino zo stil mogelijk richting de paarden. Telkens keek Bambino angstig achterom naar hun ontvoerders omdat hij vreesde dat ze ieder ogenblik konden worden ontdekt. Het had Nola slechts enkele minuutjes gekost om de touwen los te peuteren en daarna had ze snel Bambino bevrijd. Als ze nu maar ongezien op één van de paarden konden klimmen om er snel vandoor te gaan. Met een beetje geluk zouden de ruiters pas na een aantal uur hen missen en dan zouden ze nooit meer in te halen zijn. Ze waren nu vlakbij, Bambino rook de paarden al duidelijk. Hij zag dat de ruiters nog altijd dronken aan het eten en lachen waren. Nog tien meter. Nog vijf. Nog één.
‘Hela! Wat moet dat?’ schreeuwde een ruige stem van achter hen vandaan. ‘Volgens mij willen onze gevangen er stiekem te paard vandoor gaan.’
Alle acht ruiters krabbelden overeind en haastten zich zo snel als ze konden richting Bambino en Nola. Zij, op hun beurt, probeerden met trillende pootjes de touwen van de paarden los te krijgen. Plotseling voelde Bambino een harde klap op zijn achterhoofd en alles werd zwart voor zijn ogen. Hij viel en bleef vallen tot in eeuwigheid.

‘Hee, Bambino, wakker worden!’ riep Nola hard in zijn oor.
‘Wattissur gebeurd?’ zei de versufte beer. Het was een vreselijk kabaal om hem heen en de hoofdpijn die hij voelde werd verklaard door een grote bult op zijn achterhoofd. Langzaam begon hij zich de gebeurtenissen van de vorige avond te herinneren, maar nu was het alweer volop licht en de zon stond hoog aan de hemel. Hij rook de zee vlakbij. Boven zijn hoofd cirkelden meeuwen hoog om hem heen. Zijn poten waren gebonden met dikke touwen en nu pas zag hij dat hij en Nola zaten in een kooi bovenop een grote kar. Om hen heen was het een drukte van jewelste met marktkraampjes, kooplui, en handelaren. Vlak voor de kar waren zes ruiters aan het wachten. Links van de markt liep een breed klinkerpad dat uitmondde in een houten steiger. Daaraan lagen grote schepen aangemeerd en een stroom van mensen brachten voorraadkisten via loopplanken aan boord. Op de markt zelf schreeuwden verkopers hun prijzen boven het gemompel van de menigte uit. Bambino wist precies waar hij was: Nola en hij waren naar de Haven Markt gebracht om verkocht te worden als slaven.
‘Twee van de ruiters zijn net vertrokken op zoek naar kopers,’ zei Nola. ‘Er is een nieuw schip binnengekomen met rijke piraten. De ruiters hopen dat zij nieuwe matrozen nodig hebben.’
Een poosje later kwamen de twee ruiters terug samen met drie louche figuren gekleed in lange jassen en grote hoeden die hun gezichten bedekten. Eén van de piraten was duidelijk de leider, omdat hij ver voor de andere twee uitliep. Hij was in druk gesprek met de twee ruiters. Bambino merkte op dat hij mank liep en zag dat hij een houten been had. De twee ruiters en de piratenleider hielden stand voor de kar en keken naar Bambino en Nola. Bambino zag twee felgroene ogen die dwars door hem heen leken te kijken. Er was overleg tussen de piratenleider en de ruiters. Ze moesten lachen om iets dat Bambino niet kon verstaan. Handen werden geschud en een geldbuidel werd overgedragen. Eén van de ruiters, die al die tijd aandachtig de verkoop had gadegeslagen, opende de kooi en smeet Bambino en Nola op de grond vlak voor de piratenleider. Vanonder de felgroene ogen blonk een grimmige lach met scherpe tanden. Bambino en Nola werden opgepakt door de twee andere piraten en meegesleept over het klinkerpad en over de steiger totdat ze aankwamen bij het achterste schip. Het was zo groot als een flink huis, met twee masten en zwarte zeilen. Op de boeg stond met witte letters De Mitten geschreven. Via de loopplank gingen ze aan boord. Op het dek stonden vers ingeslagen vaten proviand. Vooral veel vlees en vis, maar ook rum, buskruit, touw en Bambino meende een heel klein zakje met vogelzangzaad te zien. Wat moesten piraten daar nu mee? Hij keek naar de drie mannen aan wie hij en Nola zojuist verkocht waren. Ineens zag hij bij alle drie onder de lange jas pluizige haren tevoorschijn komen. Wat vreemd, dit waren piraten met een staart!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten