‘Vertel eens, kleine beer,’ begon Vogelverschrikker Jan nu oprecht geïnteresseerd en ook wel een beetje opgelucht omdat Bambino er niet als een haas ervandoor was gegaan, ‘wie ben je precies en waar kom je vandaan?’
Bambino keek omhoog naar Vogelverschrikker Jan vanuit het graanveld en voelde de hitte van de zon op zijn gezicht. Om hem heen zoemden bijen en hommels die druk op zoek waren naar geurige bloemen. Terwijl Bambino zo tuurde door dichtgeknepen spleetjes, omdat zijn ogen niet goed tegen het felle zonlicht konden, kreeg hij medelijden met de vogelverschrikker. In zijn hart voelde hij verdriet. Bambino bedacht zich hoe het zou zijn om op zo’n prachtige zomerse dag, of eigenlijk op elke dag wanneer dan ook, stokstijf stil te moeten staan op één enkele plek. Hij bedacht zich hoe de vogelverschrikker, met zijn versleten jas en gescheurde handschoenen, nu vast al jarenlang hier in het graanveld stond. Terwijl hij uitkeek over uitgestrekte gouden velden en om zich heen het geluid van vogels, eekhoorns en andere kleine bosdieren kon horen, kon hij nog niet eens één vinger bewegen.
‘Ik ben Bambino,’ zei de beer, ‘en ik leef in een klein huisje dat aan het eind van dat pad staat. Het is gemaakt van grijze stenen met een rieten dak. Misschien kun jij, omdat je zoveel langer bent dan ik, nog net het waterrad zien dat ernaast staat.’
Vogelverschrikker Jan staarde het pad af en zei dat hij inderdaad nog net het waterrad in de verte kon zien draaien. Hij vroeg wat Bambino helemaal hier in het graanveld kwam doen en de beer vertelde hem over de ontmoeting met het mannetje in het rode jasje. ‘En nu ben ik dus onderweg naar het einde van de regenboog,’ eindigde Bambino zijn verhaal.
Vogelverschrikker Jan liet een diepe zucht. ‘Helemaal daarheen? Weet je wel hoe ver dat is voor een kleine beer?’
Bambino vroeg zich af of hij Vogelverschrikker Jan zou vertellen over de grote schat die verborgen lag aan het einde van de regenboog, maar hij was bang dat de vogelverschrikker het door zou vertellen aan anderen, die dan de schat zouden kunnen stelen. Bambino besloot van onderwerp te veranderen. ‘Als je wilt, mag je wel mee komen,’ zei hij.
Plotseling begon Vogelverschrikker Jan te lachen en vergat Bambino het verdrietige gevoel dat hij had gekregen.
‘Gekke beer,’ sprak de vogelverschrikker met zijn pieperige stem, ‘het is een heel lief aanbod van je, maar je moet begrijpen dat ik hier onmogelijk weg kan. Wat zou er gebeuren met al het graan als ik er vandoor ga? Alle kraaien uit alle landen zouden hier naartoe vliegen om te feesten en te vreten. Nee, het spijt me echt, Bambino, maar ik kan simpelweg niet met je meekomen, ik heb namelijk een heel belangrijke taak te doen.’
‘Maar,’ zo vervolgde Vogelverschrikker Jan, ‘misschien kun je wel iets voor me doen. Ik heb namelijk nu al een poosje een ontzettende jeuk onderaan mijn rug. Met mijn stijve armen kan ik er natuurlijk niet bij.’
Bambino strekte zich uit en begon te krabben tot groot genoegen van Vogelverschrikker Jan. ‘Oh, heerlijk, dat lucht enorm op,’ sprak hij dankbaar uit nadat Bambino was uitgekrabd. ‘En als dank heb ik nog een wijze raad voor je lange reis: iedereen heeft een doel in het leven, maar het is aan jou de taak om uit te vinden wat jij het allerbelangrijkste vindt. Vraag jezelf regelmatig af waar je reis je naartoe brengt. Als je goed weet wat je eindbestemming is, dan zul je er zeker komen, ook al ben je misschien maar een kleine beer.’
Bambino luisterde goed naar het advies van Vogelverschrikker Jan, maar begreep niet precies wat hij bedoelde. Immers, hij wist toch precies wat zijn eindbestemming was. Het einde van de regenboog! Hij was bang dat de vogelverschrikker hem een domme beer zou vinden als hij om extra uitleg zou vragen en dus bedankte Bambino netjes voor de wijze woorden en nam afscheid van zijn nieuwe vriend. Met vernieuwde kracht duwde Bambino het graan in het veld voor zich uit. Nog even keek hij achterom naar Vogelverschrikker Jan en tot Bambino’s verbazing zag hij, heel langzaam, een traan rollen over het gezicht van de vriendelijke vogelverschrikker. Het gaf Bambino een vreemd en koud gevoel van binnen, ook al liep hij door de brandende zon.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten