Hoofdstuk 4

Uiteindelijk, toen Bambino het gevoel had dat hij al uren achter elkaar door het stugge graanveld aan het ploeteren was en de wijze woorden van Vogelverschrikker Jan door zijn hoofd heen spookten, kwam de beer bij de andere kant van het graanveld uit en viel uitgeput neer op de grond. Hij lag op een lang uitgestrekt grasveld, dat een gelige kleur had gekregen doordat het al dagen niet had geregend in deze streek. Bambino lag op zijn rug en masseerde zijn pijnlijke poten terwijl hij tuurde naar de lucht. Geen wolkje te zien, alleen maar een strakblauwe hemel met een fel stralende zon. Wacht eens even, alleen maar een fel stralende zon? Waar was de regenboog gebleven? Wanhopig keek Bambino in de rondte, maar nergens had de lucht een andere kleur dan helder hemelblauw.
Vlug stond Bambino op en hij begon over het droge grasveld te rennen met zijn kleine rode koffertje in zijn poot meebungelend achter zich aan. Bambino keek constant naar boven in de hoop ergens een glimp op te vangen van de regenboog. Hij kon toch niet zomaar weg zijn?
Terwijl Bambino zo rende, het graanveld ver achter zich latend, werd hij bang dat zijn avontuur nu al tot een einde was gekomen. Moest hij nu al weer terug naar huis? Nee, de regenboog moest ergens wel te zien zijn. Bambino rende harder en harder, maar omdat Bambino niet oplette waar hij zijn voeten plaatste, doordat hij zijn ogen niet van de lucht durfde af te houden, stootte hij ineens met zijn grote teen tegen een kei aan en verloor zijn evenwicht. De kleine beer viel voorover en draaide in het rond. Zijn arm gooide automatisch de rode koffer hoog in de lucht en met een plof kwam zowel Bambino als zijn koffer hard neer op het droge gele gras.
Geschrokken door de val en angst omdat de regenboog weg was, voelde Bambino zich zeer verdrietig. Hij raapte zijn koffer op en klopte het stof eraf. Nu deed bijna heel zijn lichaam pijn. Misschien kon hij inderdaad maar beter rechtsomkeert maken en teruggaan naar huis. Een kleine beer is niet bestemd om grote avonturen te beleven.
Maar voordat Bambino was opgestaan, hoorde hij een heel klein stemmetje vlakbij hem.
‘Pardon meneer, maar dit is mijn huis. Of liever gezegd, dit was mijn huis!’ Bambino draaide zijn hoofd en zag een witte muis in een donkerrode jurk boos naast hem staan.
‘Je bent er bovenop gevallen, met je dikke buik,’ ging ze streng verder, ‘en nu is er helemaal niets meer van over!’
Bambino rolde een beetje opzij en onder hem kwamen kleine huisrestjes vandaan. ‘Het spijt me echt,’ begon Bambino zijn uitleg, ‘maar ik was de regenboog aan het zoeken en keek niet naar de grond. Plots struikelde ik pardoes over die nare steen en tolde in het rond. Ik kon er niets aan doen.’
De witte muis sloeg geen acht op het excuus van de beer, het leek haar nog bozer te maken: ‘Dat kan wel zo zijn, maar door jouw geklungel is mijn huis nu verwoest. Wat moet ik nu eten vanavond? Waar moet ik nu slapen vannacht? Stomme beer, met je grote poten en je dikke buik. Weet je dan niet dat regenbogen komen en gaan?’
Dit was te veel voor de arme beer, die nu de grootste moeite had om zijn tranen te bedwingen. Zijn droom was kapot, zijn avontuur voorbij en nu had hij ook nog zijn trots verloren.
‘Het enige wat ik wilde,’ stamelde Bambino zachtjes, ‘was een grote gouden schat vinden, maar ik heb alleen maar pech. Ik kan beter naar huis gaan voor het donker wordt.’
‘Wat zeg je daar?’ vroeg de witte muis met een stemmetje dat al wat vriendelijker klonk. ‘Een grote gouden schat? En jij weet waar deze verborgen ligt? Met al dat goud zou je een mooi nieuw huis voor me kunnen kopen, eentje nog veel groter dan die jij hebt stukgemaakt. Kom op beer, waar wacht je nog op, laten we op zoek gaan naar die schat!’
Bambino keek de witte muis aan en kreeg een klein beetje nieuwe hoop. De witte muis glimlachte terug.
‘Ik heet Nola,’ zei ze, ‘en jij?’
‘Bambino,’ zei de beer, en ze gaven elkaar de hand.
‘Nou vooruit, Bambino, nu niet meer zo mokken en draag me even een poosje… Mijn pootjes zijn heus te klein om jou bij te kunnen benen!’

Geen opmerkingen:

Een reactie posten