Hoofdstuk 5

En zo kwam het dat Bambino en Nola, zittend op de brede bruine berenschouder, samen verder op pad gingen. Ze lieten de huisrestjes achter en liepen over het droge gele graslandschap met de langzaam ondergaande zon in hun rug. Er ontstond een rozige gloed in de lucht en het was net alsof de zon wilde laten zien dat zij ook prachtige kleuren tevoorschijn kon toveren, ook al was de regenboog nu verdwenen. Na verloop van tijd verscheen de eerste ster aan de hemel en al snel volgden er meer. De maan hing er laag tussenin.
Bambino ging voorzichtig zitten en hielp Nola van zijn schouder af. Hij kreeg het een beetje koud, zo in de open lucht en in zijn koffertje had hij natuurlijk geen extra trui gestopt. Bovendien knorde zijn maag nu behoorlijk van de honger. Zelfs zo luid dat Nola begon te klagen over het lawaai ervan.
‘Denk je werkelijk dat we morgen de regenboog weer zullen vinden?’ vroeg Bambino.
‘Natuurlijk,’ antwoordde Nola, ‘het kan nu niet zo ver meer zijn.’ Maar eigenlijk zei ze dat omdat ze niet precies wist hoe ver het nog was en ze bang was dat Bambino terug zou keren.
‘Zouden we dan voor vannacht hier kunnen uitrusten?’ vroeg Bambino. ‘Ik ben namelijk al de hele dag op pad en na het ontbijt heb ik helemaal niets meer gegeten!’
‘Vooruit dan maar,’ zei Nola een beetje nors, omdat ze liever had dat Bambino door bleef lopen zodat ze snel de gouden schat zouden vinden. Maar ze moest toegeven dat ze zelf ook wel een beetje honger had gekregen ondertussen. Bambino pakte zijn rode koffertje erbij en trots liet hij zijn voorraad melk en honing zien aan Nola.
‘Genoeg voor ons allebei,’ zei Bambino terwijl hij de fles melk aan zijn mond zette. Hij liet het zich goed smaken, wel vijf lange slokken achter elkaar, en Bambino plaatste de half lege fles in het gras. Voorzichtig vulde hij het dopje met een beetje melk en gaf het als een bekertje aan Nola. Ze was er echter niet blij mee.
‘Heb je helemaal niets anders dan melk en honing?’ zei Nola geïrriteerd. ‘Heb je geen Goudse kaas, Edammer of brie?’
Ze keek Bambino streng aan. ‘Wat moet een muis zonder kaas? Wil je soms dat ik omkom van de honger?’ vroeg ze kwaad.
Bambino schrok van Nola’s reactie. De hele tijd had hij haar gedragen en toen had ze ook al zoveel geklaagd. En nu hij zelfs zijn eten met haar wilde delen, was het weer niet goed.
‘Nou, als jij niet wil, dan eet ik het lekker zelf op,’ zei Bambino ondeugend en hij doopte zijn poot diep in de honingpot en likte hem helemaal schoon af.
Nola stond boos met haar armen over elkaar heen en keek afkeurend naar de gulzige dikke beer. Hoe kon hij zo gemeen zijn tegen haar?
Bambino zag uit zijn ooghoeken hoe Nola koppig haar mond dichthield en met haar rug naar hem toe was gaan staan. Hij kreeg medelijden met de witte muis. Hij had tenslotte haar huis kapot gemaakt.
‘Weet je,’ begon Bambino zachtjes, ‘het schijnt ongezond te zijn om met een lege maag te gaan slapen. Bovendien is eten in je eentje helemaal niet zo leuk. Dus ook al wil je niets eten, proef dan gewoon een beetje. Om mij een plezier te doen.’
Nola bewoog zich niet en dacht even na. Daarna draaide ze zich om en pakte het flessendopje met melk en nam een slok. Nadat ze de dop had neergezet, likte ze wat honing uit de pot waarmee Bambino had geknoeid in zijn gulzigheid. Daarna keerde ze Bambino weer de rug toe en ging zitten. Bambino besloot om het zich niet al te zeer aan te trekken en zich klaar te gaan maken voor de nacht. Hij vond een plekje waar het gras lekker zacht was en hij ging op zijn rug liggen. Terwijl Bambino’s gedachten door zijn hoofd heen vlogen, van het heerlijke ontbijtje van vanochtend toen hij nog veilig in zijn huisje was, de ontmoeting met het aparte mannetje met het rode jasje, de zielige Vogelverschrikker Jan en vooral het vooruitzicht van de grote gouden schat, vielen zijn ogen langzaamaan dicht. Hij kon de slaap niet meer tegenhouden, maar vlak voordat hij weg was in dromenland, hoorde hij nog dat drie kleine muizenwoordjes in zijn oor gefluisterd werden: ‘Het spijt me.’
‘Het spijt mij ook,’ antwoordde Bambino en viel in een diepe en heerlijke slaap.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten