De volgende ochtend werd Bambino gewekt door zonnestralen die zijn hoofd verwarmden. Hij wreef zijn lichaam, dat vochtig was van dauw, droog met zijn armen en keek een beetje slaperig om zich heen op zoek naar Nola. Tot zijn verbazing was zij al klaarwakker en had alle troep van de vorige avond al opgeruimd.
‘Ben je eindelijk wakker?’ zei ze toen ze zag dat de beer, nog half slaapdronken, probeerde omhoog te komen. ‘Kom,’ voegde ze eraan toe, ‘we moeten opschieten! Zie je daar aan de horizon die rij bomen staan? Daar moeten we naartoe. Ik weet zeker dat de regenboog daar is.’
Bambino en Nola vertrokken, na een ontbijtje dat voor Bambino veel te weinig was en waarna hij nog net zoveel honger had als ervoor, richting het Donkere Woud.
Ook al was het nog vroeg, de warmte van zon was krachtig en Bambino en Nola liepen van loomte niet zo snel als gehoopt. Het duurde dan ook nog bijna een vol uur voordat ze eindelijk bij de rand van het Donkere Woud aankwamen. De voorste rij bomen bestond uit eiken, beuken en esdoorns waarvan sommige al honderden jaren oud waren. Hun takken stonden als omhooggeheven armen naar de hemel met een dicht bladerdak als grote pruik er bovenop.
Bambino en Nola bleven staan aan de rand van het bos en tuurden naar binnen. Ze konden niet verder dan een paar passen vooruit zien, doordat de bomen al het zonlicht tegenhielden en het aardedonker was. Voorzichtig zette Bambino een aantal pasjes naar voren. Direct voelde hij de koelte van het bos over zich heen vallen en de duisternis omvatte hem volledig.
‘Nola,’ riep hij over zijn schouder naar achteren, ‘weet je zeker dat we hier doorheen moeten gaan?’
Nola was minder bang dan Bambino en antwoordde: ‘Natuurlijk, dat is de snelste route naar de regenboog. Als je niet durft, ga ik wel voorop.’ En om haar woorden daadkracht bij te voegen, hupte ze langs Bambino en liep verder het Donkere Woud in. Bambino moest er wel snel achteraan, want als Nola verder dan een paar passen vooruit was gelopen, kon hij haar nog maar amper zien. Bambino hield zich vast aan elke stam en tak die hij tegenkwam, uit angst om onderuit te gaan. Onder zijn voeten voelde de koude aardegrond glibberig aan en lag het bezaaid met dode takken, bladeren en keien. Het duurde niet lang of Bambino’s poten zaten onder plakkerig mos, maar Nola scheen geen last te hebben van dit alles. Zonder snelheid te verliezen bewoog zij zich behendig tussen de dichtbegroeide bomen en Bambino had de grootste moeite om haar bij te houden zonder uit te glijden over de onregelmatige grond.
Nadat Bambino het gevoel had dat ze een half uur lang aan het ploegen en ploeteren waren, stopte Nola ineens en wendde zich tot de beer.
‘Weet je, volgens mij zijn we hier al eens geweest. Ik meen die struik te herkennen.’
Bambino hoopte dat de witte muis een grapje maakte, maar ze leek bloedserieus te zijn. Dat zou betekenen dat ze in een rondje hadden gelopen en nu helemaal geen idee meer hadden welke kant ze op moesten.
‘Geen paniek,’ gaf Nola als antwoord op de wanhopige blik van Bambino. ‘Ik heb vroeger geleerd dat op de noordzijde van boomstammen altijd het mos groeit. Dan weten we dus ook welke richting wij op moeten.’
‘Dat kan wel zo zijn,’ zei Bambino, ‘maar die bomen hier zijn helemaal bedekt met mos. Je wilt toch niet zeggen dat we dan ook maar elke richting op moeten gaan? Volgens mij zijn we gewoon verdwaald.’ Bambino ging met een diepe zucht zitten op een boomstronk en zette zijn koffertje naast zich neer. Nola kwam bij hem zitten. Nu ze zo stil midden in het Donkere Woud zaten, hoorden ze pas de echte bosgeluiden die ze tijdens het lopen niet opgemerkt hadden. Takken wreven langzaam tegen elkaar aan en de bomen knerpten in de wind. Een uil klonk in de verte, een marmot groef in de zachte grond en een specht tikte tegen een harde eik. De bomen leken nu net reuzen voor Bambino en Nola en het was alsof ze alleen maar groeiden. Beiden werden behoorlijk bang nooit meer de uitgang te vinden. Precies op dat moment hoorden zij dat in de verte een heel zacht maar schitterend lied gezongen werd.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten