Bambino en Nola lagen op een klein wit strandje met de meest aparte schelpen in allerlei vormen en kleuren aan de kant van het meer. Ze waren nog een beetje duizelig van de val. De zeemeermin had hen geholpen uit het water te komen omdat ze nog te versuft waren van de harde landing om echt zelf te zwemmen. Toen ze eventjes zo lagen in het zachte zand voelden ze zich weer een stuk beter. Nadat Bambino rechtop was gaan zitten, besefte hij dat zijn rode koffertje nog bovenaan de klif moest liggen. Op dat moment zag hij in het water de prachtige verschijning met de gouden stem en vissenstaart.
‘Mijn naam is Calypso,’ zei de zeemeermin en zelfs als ze gewoon praatte, leek het alsof ze zong in mysterieuze klanken.
‘Ik ben Bambino,’ zei de beer. ‘En dit is Nola,’ voegde hij eraan toe terwijl hij naar de witte muis wees. Ze was ook rechtop gaan zitten en had haar jurkje zo goed mogelijk gefatsoeneerd.
‘Ik weet het,’ sprak Calypso het was net of ze elkaar al jarenlang kenden. ‘Jullie zijn op zoek naar een gouden schat,’ ging Calypso verder, ‘omdat jullie geloven dat het einde van de regenboog jullie roem en eer zal brengen. Maar ik moet jullie waarschuwen. Anderen hebben het al eerder geprobeerd en allen hebben gefaald. Zij waren sterker, slimmer en sneller dan jullie, maar toch is het geen van hen gelukt. Ze zochten roem en rijkdom, ze wilden de baas zijn over anderen. In hun blindheid konden ze niet vinden wat ze werkelijk moesten zoeken. Als je rijk wilt zijn, dan moet je kijken naar wat je niet kunt zien. Als je succesvol wilt zijn, dan moet je zoeken naar wat je al hebt. En het zou jullie best wel eens kunnen lukken, zolang je maar hoop houdt, want jullie harten zijn puur. Ik zal jullie verder helpen met jullie avontuur, maar vergeet niet wat ik gezegd heb.’
Calypso dook helemaal kopje onder in het water en Bambino en Nola zagen de gouden haren dansen in de stroming. Plotseling kwam ze weer omhoog met een mond vol water en ze blies rustig in de lucht. Er ontstond een reusachtige luchtbel die om de beer en de muis heen gesloten werd. Als een doorzichtige lift begon de bel langzaam omhoog te bewegen. Bambino en Nola keken omlaag en zagen het sierlijke figuur van Calypso naar hen zwaaien. Haar diamanten ogen fonkelden helder omhoog totdat ze weer kopje onder dook en uit het zicht verdween. Niet lang daarna hoorden Bambino en Nola haar lied weer uit de diepte omhoog komen. De luchtbel bleef maar stijgen terwijl Bambino en Nola de meest prachtige bloemen aan de binnenkant van de klif zagen langskomen. Ze kwamen langs de donkere grot vanwaar de waterval met een eeuwige stroom omlaag stortte. Ze gingen nog hoger totdat ze weer bij de rand van de klif aankwamen en Bambino kon nog net zijn koffertje grijpen door zijn arm pijlsnel door de luchtbel heen te steken en in te trekken. De bel bleef omhoog gaan en al gauw waren ze tot boven de duistere bomen van het Donkere Woud uitgestegen. Het uitzicht vanaf hier was indrukwekkend en Bambino meende dat hij ver achter hen nog net een glimp kon opvangen van het waterrad dat naast zijn huisje stond. Door een zacht briesje werd de bel, met binnenin de twee veilige passagiers, een beetje opzij geblazen en langzaam maar zeker begon de luchtbel weer te dalen. Ze kwamen neer pal naast de rand van het bos, maar niet waar ze diezelfde ochtend het Donkere Woud waren binnengetreden, maar precies aan de andere kant ervan. Zodra ze met hun voeten de grond aanraakten, barstte de luchtbel en Bambino en Nola voelden zich niet alleen opgewonden, maar ook opgelucht dat ze het Donkere Woud hadden overleefd.
Het was Nola die als eerst de lucht in wees en enthousiast begon te roepen: ‘Kijk, Bambino, kijk daar!’
Bambino zag het nu ook, de regenboog was teruggekeerd en dankzij Calypso waren ze weer op het juiste pad geraakt. Het vreugdemoment was echter van korte duur, want Nola en Bambino zagen weliswaar de regenboog weer in de lucht, maar hij leek wel verder weg dan ooit daarvoor. Het einde verdween in de Hoge Bergen ver weg vanwaar de beer en de muis nu stonden. Voor hen lag een uitgestrekte woestijn.
‘Nou,’ zei Bambino, ‘ik weet niet precies wat Calypso allemaal bedoelde. Ze sprak al net zo geheimzinnig als het mannetje met het rode jasje. Maar ik voel me wel heel veilig nu. Kom op Nola, laten we gaan.’

Geen opmerkingen:
Een reactie posten