Hoofdstuk 17

Deel 3: De Glazen Sleutel
Waarin de beer en de muis ondergronds gaan.

Bambino en Nola zaten doodstil op de bank in het overvolle huisje van Cacao terwijl buiten de regen met bakken uit de hemel viel. Het was nu al laat op de avond, maar Bambino en Nola waren nog klaarwakker. Cacao vulde zijn pijp met tabaksbladeren en nadat hij met een lucifer de pijp had aangekregen, begon hij met zijn verhaal.
‘Ik woon hier nu al zolang als ik mij kan herinneren en in de loop der tijd ben ik steeds meer over deze mysterieuze Hoge Bergen te weten gekomen. Toen ik nog een jonge aap was, klom ik graag door de bergen en zodoende ontdekte ik steeds nieuwe paadjes. Op één van deze klimtochten ontmoette ik Le Noir. Hij was toen nog een jonge mol, al zal hij ondertussen net zo grijs zijn geworden als ik, als hij nog leeft tenminste.’
‘Le Noir kwam ik toevallig tegen toen hij een luchtje wilde scheppen, omdat hij al de hele dag hard had gegraven binnenin de Hoge Bergen. We raakten aan de praat. Hij vertelde over het ingewikkelde tunnelsysteem dat onder de grond is gegraven. De mollen hadden expres een doolhof gemaakt om mogelijke vijanden te laten verdwalen. Ik ben nooit met hem mee onder de grond gegaan, want ik ben bang in het donker, maar telkens als ik Le Noir tegenkwam, vertelde hij me iets meer over het mollenleven binnenin de Hoge Bergen.’
‘Een tijdje later kwam ik Le Noir weer tegen op een zonnige zomerdag en ik vertelde dat er een prachtige regenboog aan de hemel stond. Helaas was Le Noir hartstikke blind – hij had zo’n klein rond zonnebrilletje op – en hij had nog nooit een regenboog gezien. Maar de regenboog deed hem wel denken aan een apart verhaal. De vader van Le Noir was één van de Wachters van de Glazen Poort. Achter de Glazen Poort was de Glazen Sleutel opgeborgen. De Glazen Sleutel opent de schat aan het einde van de regenboog. Le Noir’s vader had gezegd dat dit de kostbaarste schat van de hele wereld was en daarom goed bewaakt moest worden. Maar omdat zijn zoon toch blind was, vertelde hij hem waar die sleutel verborgen was en hoe je bij de schat kon komen. Le Noir is zijn vaders aanwijzingen nooit vergeten en toen ik hem die dag vertelde dat er zo’n prachtige regenboog aan de hemel stond, hoorde ik van Le Noir hoe je bij het einde van de regenboog kunt komen. Het is een lange en gevaarlijke route en ik heb ‘m nooit geklommen. Ik heb mijn vriend Le Noir nooit verder gevraagd over de Glazen Sleutel, omdat ik toch niet onder de grond durf te gaan. Bovendien heb ik die schat niet nodig, ik ben het gelukkigst hier in mijn huisje.’
Cacao hield op met praten en keek naar zijn twee gasten, die gefascineerd op de bank zaten te luisteren. De regen was opgehouden. In de verte was af en toe nog een bliksemflits te zien, maar nu al zo ver weg dat het gedonder niet meer gehoord kon worden. Cacao stond op en haalde drie mokken warme chocolademelk uit de keuken.
‘Dus als ik het goed begrijp,’ begon Bambino langzaam, ‘moeten we nu eerst de Glazen Sleutel zien te vinden.’
‘Precies,’ zei Cacao, nippend aan zijn mok. ‘Ik kan jullie de plek wijzen waar ik Le Noir ontmoette en vanaf daar kunnen jullie de moltunnels in. Hoe jullie je daarbinnen redden, moeten jullie zelf oplossen, maar als jullie terugkomen met de Glazen Sleutel zal ik jullie naar het eind van de regenboog leiden.’
‘Bambino,’ zei Nola, die de hele avond nog geen woord had gesproken, ‘ik vind dat we het moeten doen. Na alles wat we hebben meegemaakt, kunnen we nu niet meer omkeren.’
Bambino dacht eventjes na en keek Nola aan.
‘Goed,’ zei hij ten slotte, ‘we zullen ondergronds gaan, de Glazen Sleutel ophalen en de schat vinden. We vertrekken morgen.’
‘Dan zou ik nu proberen om wat te slapen,’ zei Cacao. ‘Het is al laat. Ik zal jullie een deken geven. Maak het jezelf gemakkelijk op de bank en in de stoel. Ik zal jullie morgenochtend bij zonsopgang wekken.’

De volgende morgen zaten Bambino en Nola vroeg aan hun ontbijt. Cacao had een stapel pannenkoeken gebakken met appel en rozijntjes. Ook Bella had vers eten en water gekregen en rende nu buiten in het drassige gras om haar benen te strekken. De storm was voorbij en een bleek zonnetje scheen door het raam naar binnen. Plotseling werd er zachtjes op de ruit getikt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten