Hoofdstuk 18

‘Een paradijsvogel,’ stamelde Cacao. ‘Dat ik dit op mijn oude dag nog mag meemaken!’ Cacao schoof het raam open en de paradijsvogel hupte op de tafel. Aan zijn poot zat een briefje:

Beste Bambino en Nola,

Ik wilde jullie zo snel mogelijk het goede nieuws vertellen,
maar wist niet hoe ik jullie kon bereiken. Daarom stuur ik de paradijsvogel, die weet immers van te voren waar jullie zijn.
De sheriff liet me weten dat ze alle acht ruiters hebben gevonden en gepakt. Ze zitten voor lange tijd in de gevangenis. Goede reis!

Kapitein Galleta


Bambino moest van Nola het briefje twee keer voorlezen en daarna wilde ze het zelfs nog een keertje nalezen. Wat een geweldig nieuws dat de ruiters gevangen waren! Bambino schreef direct een bedankbriefje terug en bond het aan de poot van de paradijsvogel die meteen weer wegvloog. Ook al had Bambino geen idee waar Kapitein Galleta nu was, de paradijsvogel zou hem ongetwijfeld gemakkelijk vinden.
Na het ontbijt was het de hoogste tijd om te gaan. Bambino en Nola hadden hun buideltassen vol gestopt en van Cacao een kaarsje gekregen om in de tunnels een beetje licht te hebben. Bella zou achterblijven en door Cacao verzorgd worden, want het was te gevaarlijk voor haar om ondergronds te gaan. Ze deden de deur van het huisje achter hen dicht en liepen de heuvel af. Er was een redelijk pad dat door de Hoge Bergen liep, maar af en toe was het wel verraderlijk doordat steentjes plotseling konden losraken en wegschieten. Nadat ze twee uur flink hadden doorgestapt en bovenop een heuvel stonden, kon Bambino het huisje van Cacao nog eenvoudig zien als hij zich omdraaide. Het lopen door de Hoge Bergen viel hem zwaar. Bovendien was het voor hem frustrerend dat de oude Cacao zo gemakkelijk voorop ging en hem constant aanspoorde meer tempo te maken.
Na nog een uur klimmen ging Bambino uit protest op de grond zitten en haalde een koude pannenkoek uit zijn buideltas.
‘Okee,’ gaf Cacao toe, ‘eet en drink even wat. Maar we kunnen niet te lang pauzeren, het is nog een flink eind. Na die volgende heuvel beginnen de echte bergen en wordt het alleen maar steiler. Dan zullen we nog langzamer moeten gaan.’
Bambino keek ongemakkelijk naar Nola. Zij zag er ook vermoeid uit. De laatste dagen hadden ze maar weinig beweging gehad. Nadat ze een week op zee hadden geleefd, had Bella hen naar de Hoge Bergen gebracht. Terwijl Bambino zich bewust was van zijn slechte conditie, leek Cacao zich juist elke minuut fitter en krachtiger te voelen door de frisse berglucht.
Nadat de pauze was afgelopen en ze een eindje verder waren gelopen besefte Bambino dat Cacao gelijk had. Het werd alleen maar steiler en gevaarlijker. De Hoge Bergen torenden als muren om hen heen en het enige wat Bambino kon zien waren grijze stenen. Nergens een struikje of een graspol. Voorzichtig sjokte de kleine beer achter Nola en Cacao aan.

Het was nog vroeg in de avond, toen het al donker begon te worden doordat de bergen het zonlicht tegenhielden. In de schemering struikelden Bambino en Nola vaker omdat ze niet goed zagen waar ze hun voeten plaatsten. Het voelde alsof ze al een eeuwigheid onderweg waren toen Cacao eindelijk halt hield.
‘Hier is het,’ zei hij. Zijn stem klonk nog energiek. ‘Bij die piramide-achtige steen ontmoette ik Le Noir en dat is de opening naar de tunnel. Let goed op in het tunnelsysteem. Om bij de Glazen Poort te komen moet je deze tunnel tot aan het einde volgen en bij het knooppunt ga je de vierde gang van links in. Dan neem je de derde tunnel rechts, twee keer links de hoek om en je bent er. Kan niet missen. Elke avond wacht ik hier op jullie totdat jullie terugkomen. Succes!’
Cacao duwde de piramidesteen opzij zodat Bambino en Nola naar binnen konden gaan. Zodra Bambino en Nola binnenin de tunnel stonden, konden ze niets meer zien. Alles was zwart.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten