In de donkere tunnel staken Bambino en Nola eerst hun kaarsjes aan, waardoor ze een aantal passen vooruit konden kijken. Het voelde koud en vochtig onder de grond. De tunnel was rond en zo laag dat Bambino met zijn oren net het plafond niet raakte. Ook was het te smal om naast elkaar te kunnen lopen. De tunnel liep geleidelijk omlaag zodat Bambino en Nola niet merkten hoe diep ze eigenlijk gingen. Af en toe kwamen ze een wormpje tegen, maar verder was de tunnel helemaal leeg. Na een tijdje kwamen ze bij een open ruimte dat duidelijk het knooppunt moest zijn. Het was een uitgegraven grot, ongeveer zo groot als het huisje van Cacao, met maar liefst toegang tot twaalf verschillende tunnels. Aan het plafond hing een olielamp waardoor een warme gloed de grot verlichtte. Nola herinnerde zich de woorden van Cacao en liep voorop de vierde gang van links in. En daarna? Was het de derde links of rechts?
‘Ik dacht links,’ zei Bambino, ‘maar ik kan het mis hebben…’
‘We kunnen altijd terug,’ opperde Nola en ze sloeg af naar links.
‘Laten we voor de zekerheid een teken achterlaten, zodat we in elk geval weten waar we vandaan komen,’ stelde Bambino voor en hij kraste een kruisje met zijn nagels in de muur. Ze liepen door de donkere tunnel, nu iets steiler omlaag dan eerst, maar zelfs na een hele poos kwam er geen nieuwe afslag.
‘Misschien moeten we terug. Misschien hadden we toch rechts gemoeten bij het begin,’ zei Bambino, maar Nola luisterde niet.
‘Nog even doorzetten,’ antwoordde ze, ‘Volgens mij kunnen we straks wel weer naar links.’ Er volgde inderdaad een afslag, maar deze ging naar rechts. Nola negeerde Bambino’s advies en liep vastberaden de nieuwe gang in. Bambino kon nog net snel een kruisje zetten. Hij moest zich flink inspannen om de muis bij te houden en hij was de weg een beetje kwijt geraakt. Links, rechts, weer links. Hij vertrouwde er op dat Nola goed had onthouden wat Cacao had gezegd, maar niet veel later, toen ze wederom een nieuwe tunnel ingingen, meende Bambino in de muur een gekrast kruisje te zien. Waren ze hier al eerder geweest of leek het maar zo? Al die tunnels waren ook hetzelfde! Nog twee keer rechts en daarna een lang stuk rechtuit. Aan het einde van deze tunnel was licht te zien. Het was Nola toch gelukt om het juiste pad te vinden! Maar toen Bambino en Nola aan het einde van de tunnel kwamen, herkenden ze het knooppunt waar ze eerder waren geweest. En nu had geen van beide enig idee meer welke van de twaalf tunnels de juiste was.
Op goed geluk liepen ze een gang in, in de hoop de kruisjes die Bambino had gezet terug te vinden, maar hoe meer tunnels ze doorliepen, hoe meer verdwaald ze raakten. Na verloop van tijd begon Bambino zenuwachtig te worden, niet alleen omdat hij bang was nooit meer uit het tunneldoolhof te komen, maar ook omdat zijn kaarsje bijna was opgebrand. Niet veel later doofden hun kaarsjes zich. Nu was het volkomen donker en moesten Bambino en Nola, met hun handen aan de tunnelwand, voetje voor voetje verder. Een paar keer botsten ze tegen elkaar op. Hun enige hoop was om het knooppunt met de olielamp terug te vinden om van daar uit terug naar buiten te keren. Dan maar geen Glazen Sleutel, dan maar geen schat. Alles is beter dan voor altijd onder de grond te zitten.
Het was Nola die als eerste het zachte licht in de verte zag.
‘Bambino, kom vlug, ik zie licht,’ riep ze van opluchting en ze haasten zich naar het knooppunt. Maar nu was het nog niet gemakkelijk. Twaalf tunnels en slechts ééntje leidde naar buiten.
‘Kan ik jullie misschien helpen,’ sprak een kleine stem vanuit de duisternis met een vreemd accent. ‘Het lijkt wel alsof jullie verdwaald zijn, zoals jullie al die tunnels doorzwerven.’
Vanuit één van de tunnels kwam een kleine grijze mol naar voren gelopen, met op zijn snuit een klein rond zonnebrilletje en in zijn poot een witte stok. Hij stopte in het midden van de grot, pal onder de olielamp.
‘Le Noir!’ riepen Bambino en Nola van opluchting en verbazing.
‘Aangenaam,’ antwoordde de oude mol. ‘Maar, hoe weten jullie wie ik ben? En, hoe komen jullie hier verzeild?’
‘Cacao heeft ons gebracht. We zijn op zoek naar de Glazen Sleutel,’ gaf Bambino als korte uitleg.
‘Ach ja, Cacao,’ mompelde Le Noir en moest even glimlachen. ‘Jullie zoeken de Glazen Sleutel? Kom maar mee, suivez moi!’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten