Hoofdstuk 21

Bambino, Nola en Le Noir duwden met al hun kracht tegen de zware glazen deuren aan. Slechts met moeite kwam er een klein beetje beweging in. Toen de opening nauwelijks wijd genoeg was, stopten ze met duwen en wurmden zich door de Glazen Poort heen. Ze bevonden zich in een hoge ronde zaal. In het midden stond een glazen kist op de grond. Zonnestralen kwamen via een smal gat in het plafond de zaal binnen en werden door spiegels weerkaatst zodat de hele ruimte verlicht was.
‘Hoe kan het,’ vroeg Bambino, ‘dat we deze zaal net niet konden zien toen we aan de andere kant van de Glazen Poort stonden?’
‘Mijn vader heeft me uitgelegd dat La Porte Verre van heel speciaal glas is gemaakt.’ legde Le Noir uit. ‘Het glas laat je precies zien wat je moet zien. Dat speciale glas was de beste bescherming die er was voor de Glazen Sleutel. Hoe vaak heeft mijn vader wel niet verteld hoe prachtig deze oude zaal is verlicht. Helaas zal ik het nooit zelf kunnen aanschouwen.’
‘Hoe komt het eigenlijk,’ vroeg Nola, ‘dat de Glazen Sleutel niet meer bewaakt hoeft te worden? Waarom wil niemand de schat aan het einde van de regenboog meer hebben?’
‘Dat is een heel goede vraag,’ antwoordde Le Noir. ‘Ik weet het niet precies, maar ik vermoed dat de schat aan het einde van de regenboog tegenwoordig niet meer genoeg is. Iedereen wil altijd meer en meer. Niemand waardeert de kleine dingetjes meer.’
‘Wat zit er dan in de schat?’ vroeg Bambino.
‘Je regrette, het spijt me, maar dat kan ik je niet vertellen,’ zei Le Noir. ‘Het is voor iedereen weer verschillend. Maar kom, genoeg vragen. Je vindt de Glazen Sleutel in de kist. Allez!’
Terwijl Bambino en Nola door de zaal naar de glazen kist toeliepen, keken ze vol verwondering om zich heen naar het prachtige lichtspel van de zon. Eenmaal aangekomen bij de kist, tilde Bambino het deksel op. Op een paarsfluwelen doek lag een glazen piramide, ongeveer zo groot als een appel. Dat moest de Glazen Sleutel zijn! Waar had hij ook al weer eerder een piramide gezien? Bambino herinnerde zich de steen waar Cacao Le Noir voor het eerst had ontmoet. Bambino greep de Glazen Sleutel, maar zodra hij hem oppakte, viel al het zonlicht in de zaal weg en was er totale duisternis.
‘Kom snel, vite, vite!’ riep Le Noir vanaf de Glazen Poort. ‘Ik voel de aarde van het plafond omlaag komen!’
Le Noir had gelijk, ook Bambino en Nola voelden aarde op hun hoofd vallen. De zaal was aan het instorten. Snel renden Bambino en Nola door de duisternis in de richting van Le Noir’s stem. Achter zich hoorden ze grote brokken steen op de grond vallen. Eén voor één wrongen ze zich door de smalle opening van de Glazen Poort heen en trokken met veel moeite de deuren dicht. Aan de kant van Taupe Ville was alles rustig. Er was niets te merken van het gevaar achter de Glazen Poort. Bovendien was door het glas heen niets te zien van de ingestorte zaal.
‘Dat scheelde niet veel,’ hijgde Le Noir, die even was gaan zitten om uit te puffen. ‘Is het gelukt? Heb je de Glazen Sleutel?’
Bambino overhandigde de oude mol de kleine glazen piramide.
‘Magnifique,’ fluisterde Le Noir terwijl zijn vingers er overheen gleden. ‘De Glazen Poort is voorgoed afgesloten. Misschien is dat maar beter zo. Niets duurt eeuwig.’
Le Noir stond op en gaf de Glazen Sleutel terug aan Bambino.
‘Bien,’ zei hij, ‘ik zal jullie weer naar buiten leiden. Suivez moi!’
Terwijl ze langs de aarden huisjes van Taupe Ville liepen, besefte Bambino dat zijn avontuur niet alleen zijn eigen leven had veranderd, maar ook het leven van iedereen die hij had ontmoet.
Toen ze bij de ingang van de noordelijke tunnels kwamen, pakte Nola de witte stok van Le Noir goed beet en Bambino hield Nola’s staart stevig vast. De tunnels leken donkerder dan Bambino zich herinnerde, maar misschien kwam dat wel door de gedachte aan de schitterend verlichte zaal die nooit meer geopend zou worden.
Na een tijdje kwamen ze bij het knooppunt, waar de olielamp nog steeds aan het plafond bungelde.
‘Deze tunnel is het,’ zei Le Noir, wijzend met zijn stok. ‘Gewoon uitlopen tot het einde en jullie zijn weer buiten. Bonne chance!’
‘Oh nee,’ protesteerde Bambino, ‘denk maar niet dat we híer afscheid nemen. Meekomen jij. Cacao wacht daar buiten en ik vermoed dat hij zijn oude vriend graag weer eens wil zien.’
Le Noir lachte een lach en traande een traan. ‘Merci,’ zei hij.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten