Hoofdstuk 22

‘Jullie zijn er!’ riep Cacao van blijdschap uit toen hij Bambino en Nola uit de tunnel zag komen lopen. Het was vroeg in de avond, het schemerde al een beetje en Cacao had zojuist twee koude pannenkoeken met banaan opgegeten.
‘En… gelukt?’ vroeg Cacao nieuwsgierig. ‘Hebben jullie de Glazen Sleutel gevonden?’
‘Jawel,’ begon Bambino en liet de kleine glazen piramide zien, ‘maar we hebben ook nog iets veel belangrijker gevonden.’
‘Iets belangrijker?’ zei Cacao verbaasd. ‘Wat dan?’
‘Niet wat, maar wie,’ antwoordde Bambino en zette een stap opzij. Vanachter zijn rug kwam de oude grijze Le Noir tevoorschijn. Cacao wreef in zijn ogen.
‘Le Noir?’ stamelde hij, ‘ben je het echt? Wat fantastisch om je weer te zien, oude vriend!’ Cacao omhelsde de kleine mol met zijn lange armen. ‘Dat is lang geleden,’ voegde Cacao eraan toe.
‘Cher Cacao, mon ami,’ sprak Le Noir ontroerd. ‘Om jouw stem weer te horen... c’est fantastique!’

Om middernacht lagen Bambino en Nola heerlijk te slapen op een dun matrasje naast het kampvuur onder de sterrenhemel. Eerder op de avond hadden ze met z’n vieren gegeten vlakbij de tunnelopening. Cacao had voldoende koude pannenkoeken meegenomen voor iedereen. Na de maaltijd waren Bambino en Nola direct gaan slapen want de volgende dag zouden ze het laatste stuk naar het eind van de regenboog afleggen en ze hadden hun rust hard nodig. Cacao en Le Noir waren nog volop wakker en druk met elkaar in gesprek tot diep in de nacht.

‘Wakker worden, Bambino. Opstaan, Nola,’ zei Cacao. ‘Het is de hoogste tijd, we moeten zo echt vertrekken.’
Bambino knipperde met zijn ogen in het felle zonlicht. De regenboog torende vlak boven zijn hoofd uit.
‘Waar is Le Noir?’ vroeg Bambino.
‘Ik ben bang dat Le Noir niet zo goed is in afscheid nemen. Hij is vannacht weer terug gegaan naar Taupe Ville, terwijl jullie nog sliepen. Famke zou vast ongerust zijn geweest. Ik moest van hem zeggen dat hij dankbaar is dat hij jullie heeft ontmoet.’
Bambino keek Nola een beetje beteuterd aan, hij miste Le Noir.
‘Nou vooruit,’ moedigde Cacao aan, ‘we moeten voor het middaguur bij het eind van de regenboog zijn.’
Nadat de matrasjes waren opgerold, liepen Bambino en Nola achter Cacao aan over de scherpe rotsen. Ze kauwden op een koude pannenkoek. Het smaakte niet slecht, maar Bambino verlangde naar een verse pot honing en een kan koude melk.
Hoe lang geleden was hij wel niet vertrokken uit zijn huisje? Hij kon het zich niet meer herinneren.
Cacao had er een flink tempo in, waardoor Nola en Bambino moeite hadden om hem bij te blijven. Soms liepen ze vlak langs een heel steile klif. Als Bambino dan naar beneden keek, kon hij de bodem van de berg niet zien, zo hoog waren ze geklommen. Hoe ver was het nog? De regenboog leek nu zo dichtbij dat Bambino zich uitstrekte en dacht hem te kunnen aanraken. Ook Nola werd zenuwachtig en begon te mopperen dat het zo lang duurde. Haar voeten hadden al vele schrammen en haar jurkje was op meerdere plekken gescheurd.
‘We zijn er,’ zei Cacao. ‘Achter deze rots eindigt de regenboog.’
Bambino en Nola stonden doodstil.
‘Ga jij maar eerst,’ zei Bambino tegen Nola.
‘Oh nee, het is jouw schat,’ antwoordde de muis.
Voetje voor voetje liep Bambino vooruit, Nola vlak achter hem aan. Nog tien passen om de rots. Nog vijf, vier, drie, twee, één.
Bambino draaide om de rots heen en zag een kleurenwaterval van licht omlaag stromen. Rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet leken met elkaar vermengd tot één schitterend geheel. De kleuren dansten in het rond.
‘Daar staat ie,’ zei Nola. ‘Daar staat de schat,’ en de muis wees naar een klein doosje dat op een steen lag in het midden van de kleurenzee. Bambino haalde de Glazen Sleutel tevoorschijn en liep op het doosje af. Op het doosje was een driehoek getekend en Bambino plaatste de glazen piramide er precies op. Met een klik opende het deksel een kiertje. Er scheen fel wit licht door de kier naar buiten en Bambino tilde het deksel langzaam op.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten