Hoofdstuk 23

Middenin een zwembad van regenboogkleuren stond Bambino met het doosje open in zijn hand. Zijn gezicht werd verlicht door een fel wit licht dat uit het doosje omhoog scheen.
Nola stond nog altijd naast de rots en keek hoopvol naar haar goede vriend. Het is maar een klein doosje, dacht ze, dus veel goud zal er niet in passen. Ze zag Bambino iets uit het doosje halen, maar ze kon niet goed zien wat het was. Voorzichtig liep ze naar Bambino toe. Toen ze naast hem stond, zag ze wat hij in zijn hand hield. Het was een spiegel. Tenminste, daar leek het op. Het was eigenlijk een vierkant stuk glas waarvan Nola fel wit licht zag afketsen.
‘Is dat het?’ vroeg Nola. ‘Zit er niet meer in?’
Bambino gaf de muis het lege doosje.
‘Dit is het. Dit is de hele schat. Hier hebben we al die tijd naar gezocht,’ zei Bambino teleurgesteld.
‘Is het niet super schitterend!’ riep een schelle stem van bovenaf.
Bambino en Nola keken omhoog en zagen een klein mannetje met lange blonde krullen en een bolhoedje omlaag zakken in de kleurenwaterval. Het mannetje had een rode broek aan met een bijpassend jasje. Hij gebruikte zijn paraplu als een parachute. Het mannetje met het rode jasje landde precies op een stuk rots ter hoogte van Bambino en Nola.
‘Is het niet waarachtig prachtig! Is het niet fantastisch fabuleus! Is het niet machtig mooi!’ zei het mannetje met het rode jasje.
‘Wie is dat?’ vroeg Nola. ‘Ken je hem?’
Bambino staarde boos naar het mannetje tegenover hem.
‘Nou en of dat ik hem ken,’ zei hij. ‘Hij vertelde mij over deze schat. Hij zei dat er goud en zilver was. Hij beloofde dat ik de rijkste Beer-heer van de wereld zou zijn.’
‘Ho wacht even,’ sprak het mannetje, ‘dat heb ik nooit gezegd! Ik heb alleen maar verteld dat er aan het einde van de regenboog een schat te vinden was en dat deze van grote waarde was. Maar ik heb nooit verteld wat erin zat! Het spijt me, Beer, als je dacht hier goud en zilver te vinden, maar dát heb ik je nooit beloofd. Dat heb je dan zélf er bij verzonnen.’
‘Is dat waar, Bambino?’ vroeg Nola. ‘Je had aan mij verteld dat je op weg was naar een gouden schat. Weet je nog? Zodat ik een nieuw huis kon bouwen. Heb je tegen mij gelogen?’
Bambino keek van Nola naar het mannetje met het rode jasje en voelde zich van binnen heel boos worden.
‘Geef mij maar de schuld!’ schreeuwde hij uit. ‘Na alles wat we hebben meegemaakt. Denk je soms dat ik deze reis had gemaakt als ik had geweten dat de schat zo’n stom stukje glas was!’
Bambino hief het vierkante glas tot boven zijn hoofd en gooide het met al zijn kracht op de stenen. Het spatte uit elkaar in honderden scherven. Nola schrok enorm van Bambino’s woede en zette een paar stappen terug, maar het mannetje keek heel kalm naar de beer. Nu pakte Bambino de Glazen Sleutel op en hield hem hoog boven zich uit, klaar om kapot te smijten. Hij keek naar de grond en bleef plotseling roerloos staan. Bambino staarde in één van de glasscherven en zag Vogelverschrikker Jan naar hem lachen. Hij keek in een ander stuk glas en zag Kapitein Galleta naar hem knipogen. Hoe kon dat? Hij keek naar de glazen piramide hoog in zijn hand en zag dat het licht en de kleuren van de regenboog door de Glazen Sleutel heen schenen en terechtkwamen op alle glasscherven om hem heen. Verbaasd keek Bambino van het ene stuk glas naar het andere. Hij zag Calypso zwemmen en meende zelfs haar te horen zingen. De sheriff staarde stoer terug met op de achtergrond alle ruiters in een gevangeniscel. Bella rende vrolijk rond over de hei. Cacao stond in zijn keukentje pannenkoeken te bakken. Le Noir en Famke dronken samen een kopje thee. Hij zag iedereen die hij had ontmoet op zijn avontuur, maar één iemand zag hij het meest. Nola. Via tientallen glasscherven keek zij Bambino aan en lachte. Snikkend viel Bambino op zijn knieën.
‘Het spijt me,’ zei hij. ‘Alles spijt me. De meest waardevolle schat heb ik al die tijd al gehad. Ik besefte het alleen niet.’
Nola liep terug naar Bambino en legde haar arm om hem heen. ‘Het spijt mij ook,’ zei Nola. ‘Je hebt gelijk. Omdat jij mijn vriend bent, ben ik gelukkig. Dank je wel voor die prachtige schat!’
Bambino wilde het mannetje met het rode jasje bedanken, maar toen hij opkeek was het mannetje nergens meer te bekennen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten